www.plankenloodsje.nl

Verhaal Albert van Oosten:

5 September 1944 noemde men Dolle Dinsdag

Ook wij, die aan de Rijksweg Zwolle – Meppel (nu A28) woonden, kregen die dag veel te beleven. ’s Morgens moest ik voor boodschappen naar Zwolle en onderweg in de buurt van de Vrolijkheid (toen ook al café) fietste iemand met mij mee, die zei dat de Canadezen al in Breda waren en dat ze vanavond al wel in Zwolle konden zijn. Tegen de middag was ik terug op de boerderij en daarna zou ik de melkwagen rijden. Mijn broer Willem had de melk van diverse boeren afgeleverd bij de fabriek “Hoop van Zegen” aan de Philosofenallee in Zwolle. Als hij dan thuis kwam kreeg het paard eten en kon hij rusten, en dan bracht ik de lege melkbussen terug naar de boeren richting de Dedemsvaart en Hasselt. Ik was nauwelijks over de ophaalbrug de zandweg (Steenwetering) ingereden, toen ik links van mij veel laagvliegende vliegtuigen in de buurt van de Berkummerbrug zag. Later bleek dat ze daar, net in de afrit bij Boeve, een colonne Duitse auto’s in elkaar schoten. Het restant van de colonne was ontkomen en die zag ik aankomen op Rijksstraatweg. Ik dacht: dat wordt circus. En ja hoor, ze waren nauwelijks ons huis voorbij of daar waren de jagertjes (Spitfires) al. Net bij de boerderij van Jo Aalbers, (de Polhoeve). Het probleem met de beschietingen op de weg is altijd, dat ze met de zon in de rug aanvallen en ik hoefde niet te tekenen maar ik zag al dat ik in het verlengde van hun schootsveld lag. 

Spitfire (met dank aan Henk Talen)

Vijf Spitfires schoten de laatste 7 Duitse auto’s in de brand, maar elke keer kwamen ze na hun schieten weer over, en dan steeds lager. De ouwe vos, ons paard, bleef stokstijf staan met die herrie. Ondertussen was ik hem al gesmeerd naar de 1e boerderij (Roetman) en vandaar hadden we een prachtig uitzicht. Plotseling bleef één jager laag vliegen en schoot een keer over de melkwagen heen. De melkbussen vielen eraf en de ouwe vos zette het op een lopen en was zo bij ons. Het brandde leuk en ik dacht, daar moet ik zo meteen naar toe. Maar ik moest eerst de melkbussen nog afleveren en thuis het paard uitspannen enz.

Ik zei tegen mijn vader: “Waar is Willlem?” “Die is al naar de Berkummerbrug,” zei hij, “Met jouw nieuwe fiets”. Ik moest ook een fiets hebben dus ik pakte maar een oude damesfiets die daar door een buurvrouw in het veld neergezet was om ’s avonds weer op te halen. Snel ging ik naar de auto’s bij Jo Aalbers kijken of er nog wat te organiseren viel. En jawel, er was een fouragewagen bij, met allemaal etenswaren in blik. Ik was natuurlijk niet de enige die op voedseltocht was. Eerst maar even wat blikken jam, kaas en wat gereedschap naar huis gebracht. Op dat moment was de weg ook vol met Duitsers die hun voertuigen kwijt waren.

Ik was dicht bij huis, toen ik werd aangehouden en ze pakten mij de fiets af. De rest mocht ik houden en toen ik thuis kwam, mijn vader en moeder hadden het zien gebeuren, vroeg ik direct of Willem terug was, maar dat was nog niet het geval. Even later was hij er wel, maar ze hadden hem ook mijn nieuwe fiets afgehaald. Zo’n fiets was toen wel f. 1000,- waard. Ik had hem gekregen, omdat ik z.g. studeerde op de Technische School. Ik kreeg daardoor ook steeds een toewijzing voor nieuwe banden.

Maar de dag was nog niet om. Even later kwamen er een stel Duitsers aan en deze trokken een wagen op luchtbanden. Ze stopten bij onze boerderij en wilden een paard. Omdat we wel wisten dat de Duitsers nu op roof uit waren, hadden we het paard al laten verdwijnen. Nee, we hebben geen paard. Maar bij de buurman zagen ze een paard in de wei lopen. Ze haalden het paard zonder te vragen op en spanden het voor de wagen. Ze zeiden tegen Willem dat hij mee moest naar Meppel, dan kon hij paard en wagen weer mee terug nemen naar huis. Maar Willem wilde niet mee en op het laatst werden de Duitsers al wat onrustig. Ga jij maar mee, zeiden ze tegen mij, dan zie je in Meppel de fiets misschien ook wel weer. Nou ja, iemand moest toch mee, en ze zouden mij als jongen niet zo gauw wat doen als iemand die volwassen was. Daar gingen we met 20 soldaten op de wagen met hun bepakking en wapens. Als ik naar de lucht keek, dan lagen zij al weer aan de kant van de weg, zo bang waren ze voor de vliegtuigen van de Tommy’s.

Maar het schoot niet erg op. Het paard had de hele dag al bij de boer gewerkt en was moe. Ik joeg het dier ook niet te veel op. Ik dacht: ik moet zien dat in de handel op een nette manier kwijtraak. Er waren ook al Duitsers die zeiden dat ik sneller moest rijden. We waren misschien een kilometer of vier weg en toen kreeg ik een plannetje. Daar op een grote boerderij woonde een NSB boer. Ik zei tegen de commandant: Hier woont een kameraad van jullie en die heeft wel 2 verse paarden. Misschien wil hij jullie wel graag naar Meppel rijden. We reden de dam op en haalden de boer erbij die mij nijdig aankeek. Maar hij kwam er niet onderuit. Het was Heil Hitler voor en na. Ondertussen spande hij 2 paarden in voor zijn eigen wagen. Alles werd overgeladen en staande op de wagen ging het in volle galop richting Meppel. Op dat moment kwam de boer van dat paard er ook aan en die ging ook nog tegen mij tekeer.  Zo van: wat doe je met mijn paard?! Zonder mij mee te nemen of te bedanken reed hij met alles naar zijn huis. Ze stonden thuis wel even te kijken want een uur later was ik al weer thuis, al moest ik wel lopen. Ze hadden veel schik dat ik die NSB-er mooi te pakken had.

De volgende morgen hebben we nog een luxe wagen uit de colonne gehaald, die nog niet helemaal verbrand was. We hadden hem net in de richting van ons huis gedraaid, toen er weer een stel Duitsers aan kwam. Maar de hele fam. Van Oosten was er bij. We drukten gewoon door en gelukkig zeiden ze niets tegen ons. De auto was van Franse makelij. We hebben hem helemaal gesloopt en de onderdelen die goed waren verkocht. Daarna werd de weg tussen de Berkummerbrug en de Lichtmis dagelijks bezocht door de Jagertjes en als ze er dan weer een auto in de brand geschoten hadden, dan haalden we heel snel de accu eruit want deze waren we broodnodig voor onze radio.

Albert van Oosten

(met dank aan Piet van Oosten; verhaal 2 volgt binnenkort)

(Albert van Oosten is een technische man. Hij had zelf op het dak van het huis een windmolen gemonteerd die de accu's oplaadde. De spanning was minimaal 12 volt en 24 volt. Zo had men ook licht in het huis.)

Voor reacties/aanvullingen: plankenloodsje@outlook.com  

 

Reactie Willem Stolte:

Zoals gebruikelijk gingen wij ook op Dolle Dinsdag lopend langs de Kranenburgweg naar school. Het bleek meteen onze laatste schooldag van de oorlog te zijn.
Onderweg zagen wij diverse auto's langs de weg, die 's nachts al kapotgeschoten waren. Een aantal waren geladen met bonen en erwten en alles lag bezaaid over de weg.
Bij de Markteweg stonden melkbussen aan de weg om opgehaald te worden. Ik zag dat er een Duitse legerwagen stopte en een aantal bussen inlaadde.
Bij school stond meester De Vos ons op te wachten. We mochten meteen weer naar huis en moesten eerst naar het "echte" Plankenloodsje om daar via de dam het kanaal over te steken en via de kanaaldijk aan de andere kant van het Lichtmiskanaal terug te gaan.
Onderweg heb ik nog een paar keer dekking gezocht in een droge sloot, want de beschietingen gingen met tussenpozen gewoon door.

Willem Stolte 12-04-2010